Gelet op de financiële toestand van de stad Halen;
Gelet op het meerjarenplan 20-25 waarin gemeente de fiscale druk op hetzelfde niveau behoudt als voor het aanslagjaar 2019 en een gemeentelijk aandeel van 8% op de personenbelasting van de staat is voorzien;
In voorbereiding voor agendering op de GR
Na toelichting en beraadslaging;
Gelet op artikel 170,§4 van de Grondwet;
Gelet op het wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald op de artikelen 465 tot 470bis;
decreet lokaal bestuur van 22/12/2017
Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2024 een aanvullende gemeentelijke belasting gevestigd ten laste van de rijksbewoners die belastingplichtig zijn in de gemeente Halen.
Deze belasting wordt geheven op 1 januari van het aanslagjaar.
De in artikel 1 gevestigde belasting wordt vastgesteld op 8 % van de het volgens artikel 466 van het Wetboek over de Inkomstenbelasting 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het rijk verschuldigd is voor hetzefde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur van de directe belastingen geschieden overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 466 e.v. van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Dit punt wordt ter beslissing voorgelegd aan de eerstvolgende GR en na goedkeuring meegedeeld aan de toezichthouder en aan de FOD financiën.